Code544 gebruikt cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek aan code544 voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Lees meer

Ik ga akkoord.

FUQ 2. Er wordt sinds kort een kinderopvang gehouden in het appartement net onder mij. Mag dat wel?

Stel, u koopt een appartement of u gaat een huurovereenkomst aan voor een appartement op de eerste verdieping van een klein en rustig gelegen appartementsgebouw. Na enkele maanden start uw onderbuurvrouw een kinderopvang in haar appartement. Dagelijks komen een heleboel kinderen over de vloer. Dit had u echt niet verwacht en vindt u vervelend. Op zich hebt u geen problemen met kinderen maar moet men toelaten dat er dagelijks 15 à 20 kinderen langskomen? U kocht immers dit appartement voor een reden in een “rustige” buurt…

In de meeste appartementsgebouwen bestaan er strikte afspraken over welke “activiteiten” al dan niet uitgeoefend kunnen worden in een privéappartement en hoe de bewoners zich dienen te gedragen. Dit wordt meestal omschreven in de statuten van het appartementsgebouw en in het huishoudelijke reglement. Geen van de bewoners wil immers graag een viswinkel als buur of wil graag dat er een “huis van ontucht” in zijn gebouw komt.

Voorzien de statuten duidelijk dat een bepaalde activiteit verboden is in het appartementsgebouw, dan kan iedere mede-eigenaar vragen om de activiteit stop te zetten. Mogelijk voorzien de statuten bv. dat het appartement enkel gebruikt mag worden voor privébewoning of dat bijvoorbeeld horeca-¬activiteiten, verboden zijn.

Hoe duidelijker de statuten de al dan niet toegelaten activiteiten omschrijven, hoe minder discussie er mogelijk is.

Maar ongeacht wat de statuten bepalen, geeft dit bewoners nog steeds niet volledige carte blanche... .

Wanneer een mede-eigenaar zware hinder (en aldus overlast) ondervindt, dan kan hij ook dan die activiteit nog aanvechten op basis van het principe van de burenhinder (artikel 544 B.W.).

Immers het eigendomsrecht van eenieder is niet absoluut en het eigendomsrecht van de ene buur vindt zijn limieten daar waar het eigendomsrecht van de andere buur begint.

Op basis van het artikel 544 BW heeft het Hof van Cassatie op 6 april 1960 reeds geoordeeld dat een eigenaar van een onroerend goed slechts het evenwicht van de erven verstoort, door het opleggen van een stoornis aan de naburige eigenaar die de maat van de gewone nabuurshapsnadelen overschrijdt.

De ernst van de hinder dient dus concreet te worden beoordeeld. Voor de toepassing van de theorie van de burenhinder aan de hand van de evenwichtsleer dient de realisatie van de volgende vier voorwaarden te worden aangetoond / bewezen:

• de nabuurschap tussen de eigendommen (zijn de veroorzaker en de klager wel buren?);

• de aanwezigheid van overlast of hinder door een daad of een nalatigheid (wie was er eerst? gaat het om een rustig gelegen gebouw met veel oudere bewoners? wat is het tijdstip van de hinder – om 6u ’s ochtends of tot middernacht?...);

• een oorzakelijk verband tussen nabuurschap en overlast of hinder;

• de overlast of de hinder is voldoende ernstig zodat dat de grens van de normale ongemakken uit nabuurschap zijn overschreden.

Het spreekt dus voor zich dat u niet naar de rechter kunt stappen omdat u de kinderen van de buren af en toe hoort huilen.

Uit het voorgaande blijkt immers dat er in een appartements¬gebouw altijd een zekere tolerantie nodig is voor medebewoners en een beetje hinder van de buren hoort er dus wel degelijk bij.

De rechter zal dan ook enkel optreden indien in het concreet geval de hinder echt buiten alle perken is. Dan zal effectief ook de stopzetting van de activiteit kunnen worden opgelegd.

Dus 1) kijk eerst uw statuten na en 2) spreek de Vrederechter aan indien de hinder echt overmatig en “buiten de perken” is.

Maar zie vooral dat u binnen de grenzen van het “redelijke” blijft en ga vooral vóór het voorgaande het gesprek aan met de medebewoners.

Goede buren zijn immers goud waard.